Voormalig burgemeester van Groningen Koen Schuiling werd strafrechtelijk vervolgd nadat een vrachtwagenchauffeur verklaarde dat hij Schuiling op 25 maart 2024 tijdens het rijden zag masturberen. Schuiling ontkent dat. Hij verklaarde dat hij op dat moment kampte met hevige lichamelijke klachten en zijn buik probeerde te ontlasten. Het Openbaar Ministerie acht de verklaring van de chauffeur betrouwbaar en eiste ook in hoger beroep een boete van 250 euro.
Juist hier ligt de kern van de kritiek op het optreden van politie en OM. Niet omdat een getuigenverklaring per definitie onvoldoende zou zijn, maar omdat de vraag moet worden gesteld hoe zorgvuldig met zo’n verklaring is omgegaan voordat zij uitgroeide tot een strafzaak met grote persoonlijke en maatschappelijke gevolgen.
De politierechter achtte de verklaring betrouwbaar en zag daarnaast steunbewijs in verklaringen van Schuiling zelf. De verdediging stelde daar tegenover dat er feitelijk maar ƩƩn belastende getuige was en dat niemand anders de vermeende seksuele handelingen had waargenomen.
Dat verschil is essentieel. Een strafrechtelijke verdenking mag niet ongemerkt veranderen in een vaststaand feit doordat een eerste interpretatie steeds opnieuw wordt doorverteld. Juist daarom is onafhankelijke verificatie zo belangrijk.
Een NRC-reconstructie, zoals samengevat door OOG, stelde dat ƩƩn waarneming binnen enkele dagen uitgroeide tot een strafdossier en dat bij de overdracht van politie naar OM, en vervolgens naar andere betrokken bestuurders, de verklaring van de chauffeur steeds nadrukkelijker centraal kwam te staan. De krant sprak daarbij over gemaakte fouten en tunnelvisie.
Daarmee ontstaat een ongemakkelijke parallel met de rechtsstaat zelf. Als politie en OM burgers moeten beschermen tegen willekeur, moeten zij ook voorkomen dat een onbewezen interpretatie door herhaling de status van waarheid krijgt.
De zaak is bovendien allesbehalve onomstreden. Het gerechtshof heeft de vrachtwagenchauffeur als getuige willen horen en ook geluidsopnamen van meldingen aan het dossier willen toevoegen. Dat onderstreept dat de bewijswaardering nog onderwerp van debat is.
De belangrijkste vraag is daarom niet of een vrachtwagenchauffeur mag worden geloofd. Natuurlijk mag dat. De vraag is of politie en OM alles hebben gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om vast te stellen wat er werkelijk is gebeurd.
Want wanneer ƩƩn verklaring voldoende wordt geacht om een voormalig burgemeester publiekelijk aan een zedenfeit te verbinden, is maximale zorgvuldigheid geen luxe. Het is een absolute voorwaarde voor vertrouwen in de rechtsstaat.
De zaak-Schuiling laat zien hoe kwetsbaar dat vertrouwen wordt wanneer een verdenking groter wordt dan het bewijs waarop zij oorspronkelijk is gebaseerd.
